mijn vrouw doet ook wat leuks

Luxor

Wat een wonderlijke wereld, dit vroegere land van de farao’s. Je slaapt hier al voor 3 euro aan de oever van de Nijl in een keurig lemen hutje met een heuse kameel voor de deur, Voor 6 euro, 45 Egyptische ponden, ga je meer dan voortreffelijk uit eten, inclusief 2 glaasjes wijn. Wijn voor toeristen. Als je als Egyptenaar een beetje pimpelt, ga je de bak in om er voorlopig niet meer uit te komen. Het verkeer is één grote en onvoorstelbare puinhoop. Iedereen doet maar wat. Regels zijn er niet of worden door iedereen aan de laars gelapt. De meeste auto’s rijden onverlicht - kei- en keihard - over hobbelige wegen en stoffige zandpaden, waarbij de hand vrijwel constant op de toeter wordt gehouden. De weg oversteken is je reinste waaghalzerij, waarbij je moet rennen voor je leven om veilig aan de overkant te komen. Toch zijn ongelukken een zeldzaamheid. Als het onverhoopt een keer mis gaat, gaat het gelijk goed mis.

Iedereen probeert zodra men wakker is geld aan je te verdienen of ergens een of meerdere slaatjes uit te slaan. Overal op straat wordt je aangeklampt om Egyptische ponden of euro’s te spenderen in ruil voor goede, soms schimmige diensten. Iedereen wil je de weg wijzen, je in zijn bootje lokken of doet zijn uiterste best om je in een taxi te sleuren, waar al 20 jaar het beste vanaf is. Of je wordt eindeloos lang en uiterst volhardend één van de tientallen koetsjes ingepraat met een hardwerkend paardje voor de bok. Je kunt het je zo gek niet bedenken. Iedereen wil wat voor je doen, mits je maar betaalt, betaalt, betaalt. Iedereen zet 3 x te hoog in, maakt bij het afrekenen schaamteloze rekenfouten en roept ach en wee als je de hand op de knip blijft houden of aarzelend een beetje probeert te protesteren. Hoog inzetten is hier kunst. Net als het afpingelen een kunst is. Een ritje met een koetsje door de stad begint bij tien euro om uiteindelijk na veel gesoebat te eindigen in een ritje voor 1 euro. Onder luid protest van de koetsier, die bij het uitstappen op de valreep toch nog zal proberen om van die ene euro, twee euro’s te maken. Na 4 dagen heb ik mijn grootste kat in de zak gekocht. Zeven pakjes van mijn geliefde Samson shag die terug in ons appartement gevuld bleken te zijn met een gortdroge vorm van Egyptische pijptabak. Gewoon een kwestie van een lege of nagemaakte verpakking vullen met iets wat niet te roken is. Even niet goed opgelet. Even niet gezien dat de pakjes niet in de fabriek van Theodorus Niemeyer BV in Groningen gesealed waren. Overdonderd door veel vasthoudendheid. Je hebt al een miskoop gekocht voordat je er erg in hebt.

Thank you, no problem.

Het geld is te smerig om aan te pakken. Je moet je handen na elke betaling langdurig met veel zeep onder de kraan houden, wil je niet met spuitende diarree in bed belanden. Dat geldt ook voor het eten van ongewassen groenten en het verorberen van niet goed doorgebakken vlees dat voor de deur van de slager gewoon ‘bloot’ op straat hangt.  Als je water uit de kraan drinkt, of een beetje uit je neus peutert, lig je de volgende dag sowieso te klappertanden in je bed. Toch voel ik me tussen de jalabija’s, tulbanden en sandalen veiliger en meer op mijn gemak dan waar ook in Nederland. Niemand doet hier iemand een vlieg kwaad.  Ook ’s avonds en ’s nachts niet. Nergens hoor je woordenwisselingen. Nergens zie je agressief gedrag. Veel Egyptenaren zitten relaxed te zitten achter een waterpijp, drinken thee of slenteren langzaam over straat of sloffen op hun dooie akkertje over de velden. Er wordt veel gelachen. Niemand heeft haast of maakt aanstalten om haast te hebben. Opvallend is ook dat Chris nergens last heeft van onbetamelijke blikken. Geen Italiaanse toestanden. Een aantrekkelijke winkelverkoper op de overdekte markt fluisterde me in het oor dat ik wel enorm moest boffen met zo’n mooie vrouw met veel krullen en een hoofddoek zonder de kopvoddentax van Geert Wilders. Misschien bedoelde hij wel: een vrouw die een lekker gevoel tussen haar benen kan hebben. Veel vrouwen zijn hier helaas besneden, al wordt dat in betere kringen gelukkig minder.

Leve het voorschrijdend inzicht.

Overigens zijn ze hier in Luxor buitengewoon zuinig op toeristen. Toerisme is handel. Handel is geld. Veel andere geldbronnen zijn er niet. Uit alle macht probeert men buitenlanders en hun geld op vakantie een beetje te beschermen. Aanslagen zoals in 1997, waarbij 58 toeristen werden vermoord, dienen te allen tijde te worden voorkomen. Daarom zie je op belangrijke kruispunten en bij de tempels en andere toeristische trekpleisters overal agenten en soldaten met kalashnikovs, pistolen en ander wapentuig achter stevige verschansingen. In de tempel van Luxor zag ik een ‘burger’ die zijn machinepistool en een patroonhouder onder zijn jasje verstopte, om vervolgens als een argeloze toerist te verdwijnen tussen de menigte. Volgens Mozes Abraham, de gids die Chris en haar moeder tijdens hun vorige bezoek al hadden ontmoet, hebben de meeste Egyptenaren een bloedhekel aan Moebarak, de grote leider van dit land. Mozes weet heel goed waar Abraham de mosterd haalt en waar die mosterd feitelijk vandaan komt. Moebarak is niks anders dan een dictator, omringd door een kleine familie- en vriendenkliek met veel geld, waar de gewone Egyptische sterveling geen cent wijzer van wordt. Nu niet. Nooit niet. Men zal hier tot in lengte van jaren straat- en straatarm blijven. Aldus Mozes. En dat zie je dus ook. Een kleuter van drie zeurt de oren al van je kop om geld, omdat elke dubbeltje er hier één is. 200 euro per maand is in dit land  een wereldinkomen.

Het zwaan, kleef aan principe is hier weid verbreid. Alle Egyptenaren in Luxor zijn al minstens vier keer of vaker in Nederland geweest of hebben daar familie wonen. Zeggen ze  luidkeels en eensgezind in koor. Eén van de vele Mohammeds die je hier tegenkomt, heeft vaak bij zijn neef in Rotterdam gelogeerd en één van de vele andere Achmeds is bij zijn oom in Amsterdam echt al jaren kind aan huis. Ja, het regent heel vaak in Nederland en het is daar altijd heel erg koud. Een enkeling komt met een minder voor de hand liggende en daarom verrassende plaatsnaam op de proppen zoals Lelystad. Dat verzin je niet aan de oevers van de Nijl met de Koningsgraven op loopafstand. Die ene Hassan is misschien echt ooit eens in Nederland geweest.

We zijn twee weken te gast geweest in het luxe appartement van mijn schoonmoeder, die hier twee maanden blijft, omdat ze een hekel heeft aan regen, kou en gladdigheid. Thuis in Nuenen zit ze toch ook maar de hele dag alleen thuis. Hier krijgen haar 84-jarige botten in ieder geval dagelijks een meer dan weldadige hoeveelheid zon. Luxor is 100 % zon zeker. Goed voor haar reuma en aanverwante ouderdomskwaaltjes. Bovendien zit en voelt ze zich hier een stuk veiliger dan in haar eigen nieuwbouwwijk. De Egyptenaar sjoemelt en sjachert wel, maar hij steelt en moordt niet, een enkele uitzondering daargelaten. Vergeten boodschappen worden je gewoon nagedragen en niet haasje repje aan een andere Egyptenaar verpatst. Eigendom is eigendom. Trots is hier een groot goed. Eer is eer. Afspraak is afspraak. Je komt je beloftes gewoon na, tenzij je dijk van een excuus kunt verzinnen. We hebben onze fietsen een uurtje bij een winkel voor de deur laten staan zonder slot, wat we thuis echt nooit zouden durven. “Als uw fietsen gestolen worden, krijgt u van mij nieuwe”  Zegt de winkelier met grote stelligheid.

We vinden onze fietsen na een uur veilig terug.

Veel Egyptenaren leven nog rond het jaar nul in huisjes, opgetrokken uit lemen bakstenen, die men zelf maakt van klei, stro en stront en vervolgens langdurig in de zon laat bakken. Temperaturen boven de 50 graden zijn hier in de zomer heel normaal. Het is maar goed dat het hier nooit regent, anders stort meer dan de helft van de huizen als een plumpudding in elkaar. Mens en dier leven vaak nog samen onder één dak. Vanaf het balkon van ons luxe appartement zie je bij de buren hoe dat er uitziet. De os en de ezel slapen in het achterhuis. Het enige verschil met 2000 jaar terug is de komst van een beetje elektriciteit, her en der een satellietschotel en hier en daar een mobiele telefoon. Moderne gemakken die zo nu en dan nog wel een beetje haperen. Overal zie je ezeltjes rondsjokken of rondsjouwen met of zonder karretje. De taxi komt op de tweede, de kameel staat op de derde plaats. Overal zie je veldjes waar men het voer voor de beesten bij elkaar snijdt. Gewoon, ergens langs de kant van de weg op een van de vele veldjes, die kennelijk in gebruik zijn tot nut van het algemeen. Brood wordt vaak nog thuis gebakken in een oven van klei, die al sinds mensenheugenis hetzelfde is. ’s Avonds branden er vuurtjes voor de deur, wordt er thee gedronken en veel met elkaar gekletst over alles en nog wat. In de meeste restaurants zetten ze in de winter een vuurschaal bij je voeten neer om het aangenaam warm te houden. Het is in januari in Luxor hartje winter met 22 graden boven nul. Kleine kinderen worden voorzien van een heuse wintermuts.

Vijf keer per dag strooit de stem van de Iman vanaf de moskee al zijn wijsheden en al zijn goede raden uit over het land. Een boodschap die net zo luid en net zo indringend klinkt als bij ons het luchtalarm op de eerste maandag van de maand.