Profiel
Ik heb een persoonlijkheidsprofiel van mezelf laten maken. Dank je wel Henry.
Henry is een nieuwe vriend van mij. Nieuwe vrienden worden schaars na je
vijftigste. Henry is een aardige vent. Intelligent. Scherpzinnig. Fijnzinnig
gevoel voor humor. Mooi taalgebruik. Henry heeft een coachingsbureau, waar je
als gewone sterveling een stuk wijzer wordt omtrent je dagelijkse doen en
laten.
Henry zocht drie weken terug een proefkonijn voor een nieuw
soort werkgerelateerde test, waarin persoonlijke groeimogelijkheden, je
persoonlijke communicatiestijl en de valkuilen waar je tijdens je werk in
terecht komt uitgebreid worden doorgemeten. Ik mocht het konijn zijn. Terwijl ik
normaal gesproken nooit op dit soort wortels wil kauwen. Ik ben geen fan van
logen, sofen en gogen. Maar ja, de test was gratis. Henry is een nieuwe vriend.
Dan doe je zoiets gewoon.
Toch?
Het resultaat van de test
was verpletterend. Het was net alsof ik mezelf tegenkwam in 23 A4tjes. Keurig
verpakt in een sjiek kafje. Dat ben je helemaal ten voeten uit, riep ook mijn
vrouw juichend. Laat ik u meenemen in de cijfertjes. F.J.M. van M. te D. is een
perfectionist. Ruim een 8 op de schaal van 10. Bij nacht en ontij. Onder zowel
gunstige als ongunstige omstandigheden. Daarnaast ben ik volgens mijn
natuurlijke gedrag zo stabiel als een eik in de storm. Zegt de test. Bijna 80%
stabiliteit. In de dagelijkse praktijk scoor ik wel een stuk minder en moet ik
beslist uitkijken bij windkracht acht en meer. Dan haal ik nog geen 50%. Dat is
jammer. Dat is een vraagteken.
Moet ik aan werken.
In
mijn intermenselijke relaties opereer ik als Jan Modaal, hoewel ik als je recht
in mijn hart kijk liever in mijn uppie achter mijn computer zit. Ra, ra, ra, hoe
kan dat? Ga ik Henry vragen. Opvallend is dat ik volgens de cijfers dominant van
aard ben (67%), maar dat ik dat in mijn werk niet echt laat zien (35%), laat
staan die dominantie als wapen in de strijd gebruik. Dat vraagt om een meer
assertieve houding in relatie tot mijn medemens. Minder slikken, meer van me af
bijten.
Niet bang zijn.
Henry heeft nog een truc in zijn
toverdoos, die geweldig schijnt te werken, vooral in combinatie met een soort
stresstest, die banken en kerncentrales tegenwoordig ook (moeten) ondergaan.
Henry kan mijn hartcoherentie meten. Met een speciaal apparaat kan hij tot in
detail zien of ik stuiter van allerlei spanningen of dat ik kabbelend door het
leven ga.
Woensdagmiddag mag ik weer proefkonijn zijn. Leuk. Kijk ik
naar uit. Ik moet wel brood- en broodnuchter zijn. Rustgevende pilletjes om
vooraf de zenuwen in bedwang te houden zijn ten strengste verboden. Het gaat
hier niet om een rijexamen, inclusief drukke snelwegen en lastige rotondes.
Ik moet laten zien wie ik ben.
