Wijntjes
Sinds enige tijd drink ik geen wijntjes meer. Dat is voor een lid van de
familie van Mierlo best bijzonder, want die laten een lekkere alcoholische
versnapering meestal niet links liggen. Op je vijfde levensjaar krijg je op
feest- en hoogtijdagen al je eerste glaasje, vermengd met vier delen water.
Daarna gaat er elk jaar een deeltje water af, opdat je rond je tiende goed bent
ingedronken en ingewijd.
In mijn militaire diensttijd (lichting
74-6) was mijn consumptiegedrag in de alcoholica nog bescheiden vanwege de hasj,
waarmee ik op de middelbare school had kennisgemaakt. Die jeugdzonde heeft me
nog een nachtje in een heuse cel gebracht, toen ik met een stel maten op
heterdaad werd betrapt door een te ijverige luitenant. Consequenties had dit
verder niet, behalve een stevige berisping en een sullig gesprekje met de
legerpsycholoog. De jongen die het spul bij zich droeg moest wel even voor de
krijgsraad komen. Boete: 25 gulden. Dat waren nog eens tijden.
Toen ik teksten (1977-1980) ging schrijven op een reclamebureau verscheen Bacchus vaker op het toneel, die behalve dronkenschap ook beschaving en inspiratie heeft gebracht in de schone kunsten. Wie een beetje creatief was, dronk. Van wijn tot whisky en alles wat daar tussen zat, desnoods een kratje bier. Een beetje creatieve geest begon de nieuwe dag om een uur of tien met de ogen nog op waterige stand. Punt. Je bent tekstschrijver of je bent het niet. Je moet de geest wel af en toe een handje helpen met het verruimen van de bloedvaten. Dat is de snelste route tot verassende concepten. Zo dacht zo’n beetje iedereen in de reclame in die tijd.
Vanaf begin jaren 80 kwam ik in het theater in nog meer drinken terecht.
Bovendien lagen daar de spirituele geneugten allemaal één voor
één direct onder handbereik in de bar van in de foyer, waar je als
hooggeëerd medewerker meestal vrij entree had. Als een soort secundaire
arbeidsvoorwaarde. Toen begon ik voor het eerst regelmatig echt diep in het
glaasje te kijken. Vooral na een première ging ik met regelmaat toch
ietsje pietsje zwabberend naar huis.
Voor het eerst in bijna 40 jaar
sta ik nu droog, zoals dat in de volksmond heet of door alcoholisten wordt
genoemd. Ik drink thee, het ene kopje na het andere. En na een voorstelling neem
ik goedgemutst en fris als het bekende hoentje jus of water in plaats van dat
ene wijntje dat snel leidt tot het andere en de volgende. Ook vanavond vier ik
weer de overwinning op mijn dorst.
Proost!
