mijn vrouw doet ook wat leuks

Bicicleta

Die mannen zijn al lang dood, zegt de oude baas me op het terras van het café in zijn rapste Spaans. We praten met handen en voeten over de foto op de brochure, die de gemeente jaarlijks uitgeeft ter gelegenheid van het dorpsfeest van San Domingo.

Dit jaar een historisch kiekje met zeven wielrenners. Overduidelijk geposeerd om samen vereeuwigd te worden op het celluloid. Drie heeft ie als jochie gekend. En de foto moet rond 1933, 1934 zijn gemaakt, nog voor de periode Franco. Daar vergist ie zich niet in. Ook al is hij over de tachtig. Een van de mannen is later wereldkampioen geworden. Toen schudde het hele dorp dagen op zijn grondvesten. Beroemdheden zijn hier schaars.

De foto laat vier renners zien met de linkervoet op de linkertrapper. Klaar om van start te gaan. Het wielrennerskostuum moet dan nog uitgevonden worden. Men staat gewoon aan de meet met boerenkiel en lange broek. De fietsen ogen log en langzaam. In het hart van de opname staat een man met een colbert. Rechtop en macho voor zich uitkijkend. Linkerhand als Napeleon hakend in de riem van zijn broek. Misschien de coach. In ieder geval iemand die graag in het middelpunt staat. In zijn rechterhand draagt hij iets wat lijkt op een bosje bloemen. De foto is te onscherp om dat zeker te weten. De latere wereldkampioen is de tweede van links.

naar de bovenkant

Rechts van het midden zien we drie renners die voor de foto wel even een geintje willen maken. Armen om elkaar heen, zo samen een keurige surplace makend. Waarschijnlijk een ietwat wiebelig avontuur. De meeste rechter heeft zijn voeten op het stuur gezet. Iets waarmee hij de hele scène in een oogopslag tot betrekkelijke proporties terugbrengt. Helemaal rechts op de foto staat een man met een colbert en hoed op. Zijn stropdas krult naar rechts, alsof er wind staat. Het zou de burgemeester kunnen zijn. Of een van de sponsors uit die tijd. Of gewoon maar iemand, die straks het startsein geeft. Half verscholen achter de renners staat nog een persoon, waarvan alleen het hoofd duidelijk te zien is. En waarover helemaal niks te zeggen valt. Helemaal links staat iets achteraf een meisje van een jaar of acht alleen maar klein te zijn.

Die zou misschien nog kunnen leven.

naar de bovenkant

De mannen staan voor de smederij, wat tegenwoordig de bakker is. Rechts van hen zou het dorpsplein moeten liggen. Al was dat er toen nog niet. Op die plek stond toen een kapelletje ter ere van de beschermmaagd van Llorito, zoals het dorp vroeger heette. En zoals mijn oude correspondent Lloret ook nog steeds noemt. In de linkerbovenhoek is nog net een stukje muur van ons huis te zien.

Een kiekje uit de oude doos. Zeven mannen op de fiets die vol onbevangenheid de lens inkijken. Zonder benul wat komen gaat. Burgeroorlog. Toerisme. Computers. De komst van de Euro. Het enige dat telt, is wie er straks wint.

In Lloret worden met San Domingo nog steeds wielerwedstrijden gereden. Ook gaan er nog steeds renners op de foto. Er is ook nog steeds een burgemeester. Er zijn nog steeds coaches. Er zijn nog steeds mannen die het startsein geven.

José is een naam die hier veel voorkomt. Net als de achternaam Nicolau. Alle ingrediënten zijn aanwezig voor een herhaling van de geschiedenis. Het decor is nauwelijks veranderd. Er zijn alleen andere spelers. Er is een andere belichting. Er zijn nieuwe regisseurs.

Misschien krijgt Lloret binnenkort wel weer een wereldkampioen.

naar de bovenkant