Druk
Wie ik ook bel, schrijf, fax of e-mail in Nederland, iedereen heeft het druk. Druk met carrières en banen. Druk met echtelijke twisten en buitenechtelijke beslommeringen. Druk met het plannen van drie, vier, vijf vakanties per jaar. Druk met huizen kopen en verkopen. Druk met aandelen en aanverwante geldbronnen. Druk met meer, beter, succesvoller en sneller. Druk met het gras dat aan de andere kant van het poldermodel beslist nog groener is als ervoor.
Het is als verkoudheid of als griep. Je wordt er of door aangestoken. Of je raakt er door besmet. Met je-hebt-het-druk-virus. Wie het niet druk heeft, heeft een probleem. En loopt in al zijn rust gelijk achter aan de rij.
Die ziekte hebben ze in het zuiden van Europa nog niet onder de leden. Hier heeft men het niet druk. Hier maakt men zich hooguit druk. Als het echt niet anders kan.
Druk maken duurt kort en is vooral krachtig. De temperatuur mag uiteindelijk niet te veel oplopen. Het is overdag al warm genoeg.
Je maakt je druk over de ETA. En je maakt je druk dat het te weinig regent. Je maakt je druk dat het slecht gaat met de landbouw. Je maakt je druk dat Real Mallorca onderaan staat in de Spaanse competitie. En natuurlijk maak je je druk dat de buitenlanders allemaal zus doen en allemaal zo laten.
Je druk maken is zoiets als 100 meter sprint. Een korte explosie. Pats. Boem. Want je moet er niet van gaan zweten. Dat doen Hollanders. En Duitsers. En Engelsen. In landen waar ze het druk hebben. In landen waar het koud is.
Daar lopen ze marathons tegen de rust.
