mijn vrouw doet ook wat leuks

Hola

De 814 zielen van mijn dorp zijn goed in het onderhouden van contact. Als je elkaar op straat tegenkomt, zeg je op z´n minst ´Hola´, wat in Nederland zoiets als ´Hoi´ betekent. Als je iemand iets beter kent (of sympathiek vindt) voeg je daar de woorden ´Que tal ?´ aan toe. Hoe gaat het. Volgens de spelregels wordt er dan ´Muy bien´ (het gaat goed) geantwoord, eventueel belangstellend aangevuld met de wedervraag ´y tu ?´(En jij?) Als je dan op jouw beurt weer ´Gracias, muy bien´ terugzegt, kun je of doorlopen naar de volgende ontmoeting. Of beginnen met een praatje over het een of ander. Praten of kletsen doe je hier op straat in plaats van koffie drinken bij de buurvrouw. Dat is meer een gewoonte voor koude, regenachtige landen. Hier hoef je niet naar binnen. De zon schijnt toch altijd.

Waar je ook gaat of staat, ´Hola´s´ hoor je hier de hele dag. Of het iets meer intiemere ´buenos dias´, ´buenas tardes´ of ´buenas noches´. Afhankelijk van hoe laat het is. Is er eenmaal sprake van een echt gesprek, dan is het belangrijk dat zoiets samengaat met een bepaalde vorm van lijfelijk contact. Je staat niet als een Nederlandse houten Klaas tegenover elkaar alleen maar woorden uit te wisselen. Nee, daar hoort ook aanraken bij. De wijze, waarop dat gebeurt, varieert van een liefdevolle streling over de arm tot iets wat in de verte op stompen begint te lijken. Al naar gelang de gevoelens die men op dat moment naar elkaar heeft.

naar de bovenkant

Zulke kontakten zie je ook terug op het dorpsplein, waar elke maandagochtend markt wordt gehouden. Hier kwettert het van de gesprekken en zindert het van gepluk aan elkaar, terwijl er voor de vorm ook nog een paar inkopen worden gedaan. Want het gaat niet om het inslaan van een krop sla of om de aanschaf van een nieuwe bezem. De markt is communiceren. Erbij zijn. De laatste nieuwtjes horen. Roddels uitwisselen. Niet naar de markt gaan is hetzelfde als geen krant lezen. En dan is er natuurlijk nog zoiets als het café, de sociale ontmoetingsplek bij uitstek. Lloret telt op elke 200 inwoners een horecalokaal, kinderen en zuigelingen meegerekend. Klandizie van toeristen is er nauwelijks. Daar ligt het dorp te ver voor uit de route. Overdag is het café het domein voor hoofdzakelijk de bejaarde Lloretenaar. Dat verandert ‘s avonds tegen een uur of negen als er hele families binnenstromen om te eten. Vaders, moeders, kinderen, pubers. Druk pratend. Veel lachend. En met elkaar vooral veel decibellen producerend. Kris kras door elkaar. Op de achtergrond toont de breedbeeldtelevisie breed en op kingsize formaat de dagelijkse ellende van alledag.

Niemand die het ziet.

naar de bovenkant