mijn vrouw doet ook wat leuks

Mañana

Ik ben een Nederlander. Dus ik heb haast. Net zoals Duitsers haast hebben. En Engelsen. En Amerikanen. Haast is er altijd. Om 10 uur moet je dit snel doen. Om twee uur moet dat gauw af. Om half zes moet nog even zus gedaan worden. En na het 8 uur journaal nog even zo. Totdat je om half elf uitgeput in bed valt. Van haast. Als je geluk hebt, droom je niet al te haastig.

In dit zuidelijke land wordt een ander woord aanbeden. Hier regeert het mañana. Mañana is het tegenovergestelde van haast. Mañana is wachten tot je minder dan een ons weegt. Mañana is alles heeft zijn tijd. Wat vandaag niet kan, kan morgen. Wie geen geduld heeft, haakt vanzelf af.

Met mijn Nederlandse haast ben ik inmiddels drie weken bezig met het laten drukken van nieuwe visitekaartjes. Voor een beetje drukkerij een klusje van niks. Althans in mijn ogen. Door de bril van iemand die haast heeft. Door een Nederlandse bril.

Mijn haastige ik heeft al een drukker de laan uitgestuurd. Wegens tijdrekken. Die was na tien dagen nog steeds bezig met een prijsopgave. Dat kon mijn haastige ik niet tolereren. En nu wacht ik dus weer. Op dezelfde kaartjes. Op dezelfde prijsopgave. Bij een tweede drukker, die het woord haast hopelijk wel in zijn spelregels heeft staan. Mensen met ervaring zeggen dat wie hier binnen een maand visitekaartjes heeft, zijn zegeningen telt. Dat zou snel zijn.

Ik heb besloten te wachten. Ik heb mijn haast opgegeven. Verzet is zinloos. Boos worden helpt niet. Er is geen moraal voor. Haast en het mañana zijn gewoon precies hetzelfde. Het zijn broer en zus. Loten van dezelfde stam. Alleen woont de haast in Nederland. En woont mañana hier.

Als ik hier prettig wil leven, moet ik mij snel leren onthaasten.

naar de bovenkant