Ordenador
Daar zul je wel doodmoe van worden, zegt mijn kruideniertje van de overkant diep van onder uit zijn tenen. Hij ziet me er dagelijks achter zitten. Aan de muis gekluisterd. Achter het zoveelste scherm. Voorbij de openslaande deuren van mijn kantoor. Een ordenador is iets anders dan twee meloenen, 1 kilo aardappels en 2 pakken volle melk keurig onder elkaar optellen. 325 peseta´s por favor.
Dagelijks hoort ie vreemd gepiep en geruis uit mijn huis komen. Als ik contact maak met mijn buitenland. Outlook Express als venster op de wereld. Plus chatten, sexen via het Net en meer van dat soort bits en bites gedoe. Tien tegen één staat het woord e-mail nog niet in zijn woordenboek. Om van Internet, providers, zip-files en aanverwante zaken nog maar te zwijgen.
Sinds deze week heeft ie aqua suave in zijn winkel. Sromend water. Dat is al een enorme stap voorwaarts. Daarmee komt ie in een klap van de vroege jaren veertig in de late jaren vijftig terecht. Nu kan ie voortaan ook ´gewoon´ naar de WC.
Tel je zegeningen. En tel ze één voor één.
Voor mijn kruideniertje komen de interactieve spelletjes van mijn kinderen ergens achter de sterren vandaan. Vermoed ik met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid. Net zoals mijn vliegtuigspel waarmee ik de slag om Engeland nog maar eens even dunnetjes overdoe.
Dit is een paradijs voor croniceurs. Waar God nog niet verdwenen is. Dit Jorwerd ligt alleen zo´n 1300 kilometer verderop. Hier liggen nog bronnen braak voor minstens 100 boeken. Niet van horen zeggen. Levensecht.
Hier is een preek van meneer pastoor nog het wekelijks woord van God. Hier is water, electriciteit en telefoon nog een verworvenheid. Hier wordt nog niet gejubeld over CD-roms of DVD´s. Hier wordt Microsoft nog niet aanbeden. Hier is niemand nog gevangen in het World Wide Web.
Behalve ik.
