Sol
Dit eiland doet een aanslag op je lijf. Kijk naar al die tienduizenden trillende en rillende borsten, billen en buiken, die hier langs de kust flaneren en je hebt het vuurrode bewijs voor ogen. Dit is één grote menselijke barbecue. Alleen wordt de jus zweet genoemd. En heet de bakboter zonnebrand.
In Lloret aanbidt men bovenal de schaduwzijdes van het leven. Het huis. De luiken voor het raam. De schaduw van een boom. De siësta. Als pantser tegen thermometers die niet verder kunnen. En wind die uitsluitend zucht aan zee.
Vijf maanden lang, tussen twee en zes uur ´s middags, mijdt men hier massaal alles dat met zon te maken heeft. Wie zich op straat waagt, loopt van schaduwplek naar schaduwplek. Wie verstandig is, zit binnen en doet alleen het hoogstnoodzakelijke. Wie nog verstandiger is, doet niets. Doen is gelijk aan nog meer warmte.
De zon is meedogenloos. Wie zijn was te lang laat drogen, vindt zijn fleurige overhemden verbleekt terug. Een vuurrode auto is binnen een paar jaar roze. Iets een fris likje verf geven is onbegonnen werk. Alles wat fris is, wordt toch dof. Zoals ook de natuur in deze periode van het jaar ´dof´ en stoffig is. Het resultaat van een bombardement van veel venijnig ultraviolet.
Pas na zessen komt er weer leven in dit dorp. Rond negen uur ´s avonds plonzen de eerste piepers of de pasta in de pan. Tien uur is een gebruikelijke etenstijd als je bijtijds wil eten. Om elf uur spelen er nog kinderen op het dorpsplein. Met een koele maan aan de hemel in plaats van een hete bol gas. Dit is een mooi moment op je stoel op straat te zetten. Om nog even te kletsen. Om te lachen. Om nog gezellig iets te drinken. Niemand heeft haast om naar bed te gaan.
De warmte die eerst buiten was, heerst nu in de slaapkamer. Dus wordt het laat in Lloret.
